Psalmen

Hoofdstuk 3

Ga naar hoofdstuk: Vertaling: 
Tip: klik op een versnummer om een vers als favoriet op te slaan (vereist login)
1 Een psalm van David, op de vlucht voor zijn zoon Absalom.
2 HEER, hoe talrijk zijn mijn belagers,
velen vallen mij aan,
3 velen zeggen van mij:
‘God zal hem niet redden. ’ sela*
4 U, HEER, bent een schild om mij heen,
u bent mijn eer, u houdt mij staande.
5 Roep ik tot de HEER om hulp,
hij antwoordt mij vanaf zijn heilige berg. sela
6 Ik ga liggen, val in slaap
en word wakker – de HEER beschermt mij.
7 Ik vrees de tienduizenden niet
die mij aan alle kanten omringen.
8 Sta op, HEER, en red mij, God,
sla mijn vijanden in het gezicht,
breek de tanden van de wettelozen.
9 Bij u, HEER, is redding,
uw zegen rust op uw volk. sela
«Vorig hoofdstuk|Volgend hoofdstuk»